Spaarstrategieën
Hoeveel in je noodfonds houden, en waar?
6 min leestijd
Drie tot zes maanden vaste lasten is de vuistregel, maar de juiste omvang hangt af van je situatie. Plus: waarom een deposito hier de verkeerde plek is.
Iedereen praat over rendement, weinig mensen praten over de noodbuffer die datzelfde rendement mogelijk maakt. Zonder noodfonds ben je bij elke pech aangewezen op rood staan, dure kortlopende leningen, of het kapot maken van beleggingen op het slechtste moment. Een goed noodfonds is de basis waarop alle andere spaar- en beleggingsbeslissingen kunnen rusten.
De vuistregel
Drie tot zes maanden vaste lasten. Dat is het gebruikelijke advies. Vaste lasten zijn: huur of hypotheek, energie, verzekeringen, boodschappen, vervoer, internet — alles wat elke maand terugkomt of je nu werkt of niet.
Voor iemand met 2.500 € aan maandelijkse vaste lasten betekent dat: 7.500 € tot 15.000 € liquide. Zonder plafond, zonder deposito, zonder wachttermijn.
Waarom drie tot zes maanden
Statistisch: de meeste financiële tegenslagen (autopech, kapotte wasmachine, medische kosten die niet gedekt zijn) los je op met een paar honderd tot een paar duizend euro. Voor die dingen volstaat 1 – 2 maanden lasten.
De reden dat het advies hoger uitkomt, is inkomstenrisico. Word je ontslagen of raak je langdurig ziek, dan duurt het gemiddeld enkele maanden voor je weer een stabiel inkomen hebt — zelfs met WW of Ziektewet. Die overbruggingsperiode is het echte doel van drie tot zes maanden.
Wanneer aan de bovenkant of erboven
- Zelfstandig ondernemer of ZZP'er. Geen WW-vangnet, klantverliezen zijn onvoorspelbaar. Zes tot twaalf maanden is realistischer.
- Eén kostwinner in een gezin. Meer afhankelijkheid van dat ene inkomen betekent een grotere buffer.
- Onzekere baan of aflopend contract. Bouw richting zes maanden.
- Hoge vaste lasten die je moeilijk kunt verlagen. Denk aan een hypotheek die een groot deel van je inkomen vraagt.
- Chronische medische situatie. Onvoorziene zorgkosten kunnen oplopen.
Wanneer aan de onderkant volstaat
- Twee stabiele inkomens. Als één wegvalt, blijft er nog één over.
- Vast contract in een sector met veel vraag. Snel nieuw werk vinden is realistisch.
- Lage vaste lasten ten opzichte van inkomen. Grote marge voor onverwachte kosten.
- Naaste familie beschikbaar als vangnet. Niet iedereen heeft dit, maar wie het heeft mag het meewegen.
Waar het NIET moet staan
Niet in een deposito. Simpel: je kunt er niet bij. En als je erbij kunt tegen boete, kost het je juist geld op het moment dat je het geld nodig hebt. Voor een noodfonds is elke vorm van vastzetten fout.
Niet in aandelen of andere beleggingen. Beleggingen bewegen in waarde. De statistische regel is: op het moment dat je je noodfonds nodig hebt (economische tegenspoed, banenverlies), staan aandelenmarkten óók laag. Dan verkoop je op het slechtste moment. Beleggingen zijn voor lange termijn; noodfonds is voor "morgen".
Niet in cryptovaluta. Volatiliteit is nog groter, en er is geen depositogarantiestelsel.
Niet op je betaalrekening. Werkt in theorie, maar mengt zich met je dagelijkse uitgaven. Grote kans dat je er ongemerkt aan opeet. En de rente op een betaalrekening is nul.
Waar het WEL moet staan
Op een vrij opneembare spaarrekening zonder opzegtermijn. Direct beschikbaar, onder het depositogarantiestelsel tot 100.000 € per bank, en met een rente die zeker hoger is dan nul.
Twee praktische extra's:
Bij een andere bank dan je betaalrekening. Fysieke of digitale afstand helpt tegen onbewust opeten. Overboeken vergt twee handelingen, geen één.
Bij een bank die je zowel per app als via desktop kunt bereiken. Als je app-toegang verliest (nieuwe telefoon, gestolen device, storing), wil je nog steeds bij je noodgeld kunnen komen.
Hoe erdoorheen kijken bij een spaarrekening
Kies niet op basis van een tijdelijke welkomstactie, want je zit er hopelijk jaren mee. Kijk naar:
- Standaardrente na actieperiode. Vraag jezelf: wat is de gemiddelde rente over de laatste 12 maanden geweest?
- Depositogarantiestelsel. Nederlandse bank of EU-bank met bekend stelsel.
- Opzegtermijn. Nul is ideaal voor een noodfonds. Alles met 33/65/95 dagen wachttijd valt af voor deze functie.
- Directe overboeking naar tegenrekening. Meestal zelfde werkdag; check dat dit ook geldt bij je specifieke bank.
Opbouwen in fases
Start je nu met nul buffer? Bouw dan in stappen op. Eerste doel: één maand vaste lasten (bijvoorbeeld 2.500 €). Dat vangt 80% van de kleine tegenslagen op. Tweede doel: drie maanden. Derde doel: zes maanden (voor wie het nodig heeft).
Voorbeeldpad: 250 € per maand opzij tot je bij één maand zit, dan doorstoten tot drie maanden. In minder dan twee jaar zit je bij een gezonde basisbuffer, ook op een bescheiden inkomen.
Wat te doen als je noodfonds "af" is
Zodra het noodfonds op peil is, verandert de wiskunde. Extra spaargeld boven het noodfonds heeft een andere rol: middellangetermijn-doelen (auto, huis-aanbetaling, verbouwing) of lange termijn (pensioen aanvullen, vermogensopbouw). Voor die pot is een deposito of laddering plotseling wél een goede keuze. Beleggen wordt ook een reële optie voor de lange termijn.
Kortom: het noodfonds is niet je hele vermogen. Het is de basis die de rest mogelijk maakt. Zet 'm apart, laat 'm rusten, en vergeet niet 'm bij te vullen zodra je 'm gebruikt hebt.
Ontvang de hoogste spaarrentes in je inbox
Een maandelijkse nieuwsbrief met de beste spaarrekeningen en deposito's in Nederland en Europa, ECB-renteanalyses en exclusieve spaartips. Geen spam, uitschrijven met één klik.
Door je aan te melden ga je akkoord met ons privacybeleid. Meer dan 25.000 spaarders gingen je voor.